Iedere zaterdag om 19.05 uur op NPO 1

  • Decentralisatie zorgt voor problemen en lange wachtlijsten bij jeugd-ggz

    600x275_ggz.jpg

    Kinderen en ouders lopen bij de gemeenten en ggz keer op keer tegen problemen en lange wachtlijsten aan. Kassa sprak tientallen ouders over de gevolgen van de aanbesteding van de jeugd-ggz.

    "Wij hebben sinds 2015 slechte ervaringen, vooral wat betreft behandeltijd van een aanvraag, de kwaliteit van het onderzoek, de integriteit van betrokken medewerkers van gemeente en sociaal team en de veel te korte duur van geboden hulp."

    De Jeugdwet
    Alle zorg voor kinderen tot 18 jaar valt sinds 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Tegelijk met deze decentralisatie moesten gemeenten bezuinigen. In drie jaar tijd moest 450 miljoen euro bezuinigd worden. Dat is 12% van het totale budget van 3,7 miljard!

    Van alle kanten werd vooraf getwijfeld of het wel goed zou gaan, vooral voor de 200.000 kinderen met psychische problemen die onder de jeugd-ggz vallen. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) stelde in een brief aan de minister dat het onderbrengen van de Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij de gemeente vergelijkbaar zou zijn met het onderbrengen van Kindergeneeskunde bij de gemeente. En dát is natuurlijk helemaal niet logisch.

    Na de decentralisatie zien steeds meer jeugdpsychiaters en hulpverleners dat de gemeente op de stoel van de behandelaar zit. Wachtlijsten worden steeds langer en steeds meer instellingen kunnen in een groot aantal gemeenten geen hulp meer verlenen. Ouders van kinderen met complexe zorgvragen raken in dit systeem de weg kwijt. Het is voor hen heel moeilijk om de juiste zorg te vinden voor hun kind.

    "Wij voelen ons in de steek gelaten, krijgen soms het gevoel dat het dan wel aan onszelf zal liggen en slagen er niet in ons verhaal goed op het netvlies van gemeente(raad) te krijgen. In de praktijk betekent dat, dat wij als ouders na een periode van zware overbelasting en burn-out (beiden) ons leven steeds maar geen vorm kunnen geven bij gebrek aan zekerheid dat de nodige hulp beschikbaar blijft."

    D66 Wethouder Eelco Eerenberg zegt dat de gemeenten in 2015 een valse start hebben gehad. “Er was te weinig budget en we hadden te weinig gegevens, we wisten echt niet wie onze cliënten waren toen we gedecentraliseerd werden. En daarnaast kunnen we stellen dat we als gemeenten het in het begin te ingewikkeld hebben georganiseerd.”

    Ondeskundigheid bij gemeente
    Kinder- en jeugdpsychiater professor Dr. Robert Vermeiren maakt zich al jaren grote zorgen. “Mijn ervaring is dat gemeenten vaak te klein zijn om voldoende expertise uit te bouwen. En daardoor vallen ze terug op een ‘financieel spreadsheet denken’. Mensen worden op deze manier nummers omdat ze onvoldoende in staat zijn om, zeker voor de complexe zorg, voldoende ervaring en competenties op te bouwen.  Ze willen het wel, maar het is moeilijk om te begrijpen waar het over gaat. Daarnaast hebben ze ook heel vaak financiële beperkingen.”

    Tekorten bij gemeentes lopen op.
    Bij veel gemeenten is in september 2017 het geld al op. Ruim driekwart van de gemeenten blijkt inmiddels wachtlijsten voor jeugdzorg te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en de NOS onder 228 gemeenten. D66 Wethouder Eelco Eerenberg kampt dit jaar ook met een begrotingstekort. “Als je zegt dat er geen kind tussen wal en schip mag, dan betaal je ook voortdurend de facturen die binnenkomen. En dat zijn er, voor 10 miljoen euro, meer dan we begroot hadden."

    Te weinig specialistische kennis bij jeugd en gezinsteams
    Robert Vermeiren ziet ook goede voorbeelden van wijkteams waar mensen echt deskundig werken en er goede samenwerking is met een ggz-specialist. Maar hij hoort ook verhalen waar wijkteams niet in staat zijn om de vragen te beantwoorden.

    "Sociaal wijkteammedewerkers praten in onmogelijkheden en hebben geen kennis van ernstige en of specialistische problematiek en sturen vrijwilligers naar de gezinnen. Jeugdteams, vaak vol jonge meiden, moeten kennis hebben over een ongelofelijke hoeveelheid problemen."

    Kinder- en jeugdpsychiater Ronny TanPaap vindt dat de zorg dichterbij de mensen moet. “Dat is een goed streven maar het gaat hier niet over zorg maar over de psychische gezondheid van een kind. Natuurlijk is er vaak sprake van multiproblematiek en neem je het gezin mee in het gesprek, maar één gezin en één regisseur is niet de oplossing voor kinderen met psychische problemen.” Volgens Tan Paap klopt het systeem niet. “De gemeente heeft twee petten op. Schatkistbewaker én doorverwijzer.”

    Autonomie van de gemeente

    Wethouder Eerenberg vindt dat de gemeente de goede plek voor de jeugdhulp is. “We hebben te maken met gemeentelijke autonomie. Het toegangssysteem is bij iedere gemeente anders, de één organiseert het via de wijkteams, of via sterke buurthuizen. Dat is hartstikke mooi want dan sluit je beter aan op de behoefte van de inwoners. Inhoudelijk mag de gemeente dus zijn eigen accenten leggen maar aan de achterkant moeten we het echt een stukje simpeler maken.”

    "We hebben uren en uren bij de gemeente gezeten. Maar we kregen niet de goede hulp. Nu zijn we verhuisd naar kleine gemeente en is het wel goed geregeld."

    Oplossing
    Emeritus hoogleraar Jeugdbescherming Ido Weijers vindt dat marktwerking de oorzaak is waar kinderen de dupe van worden. “Het idee dat je op deze manier alles prettig kan oplossen, door naar lagere prijs te dingen, is fataal voor dit soort zorg.” Volgens Weijers gaan zwakke gezinnen eraan onderdoor als marktwerking toegelaten wordt op dit gebied. “De decentralisatie van de jeugd-ggz moet teruggedraaid worden. Die moet terug naar de gewone GGZ.”

    "We hebben een rechtszaak gehad tegen de gemeente. En weer gewonnen. Ons jongste kind bleek recht te hebben op alles wat we vroegen volgens de rechter."

    Volgens kinder- en jeugdpsychiater Hilmar Backer kan alleen een landelijke financiering het tij nog keren. De kinder- en jeugdpsychiatrie zal zonder ingrijpen 2018 niet overleven, zegt Backer. “Deze zal als een kaartenhuis in elkaar storten. De wachtlijsten lopen verder op, de werkdruk navenant, het tekort aan kinderpsychiaters neemt toe.” Backer vindt dat er een eenduidige financiering moet zijn en dat het niet overgelaten moet worden aan gemeenten.

    De commissie Jeugd van de VNG brengt adviezen uit aan de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten. Zij zien dat het vaak knelt bij de regionale samenwerking. Sommige gemeenten zijn te klein om de jeugdzorg goed te organiseren, dus er moet regionale samenwerking zijn. Maar dat is op basis van vrijwilligheid. Samenwerken is in bestuurlijk Nederland niet altijd vanzelfsprekend.

    Nieuw Kabinet
    Een kwetsbaar kind dat acuut zorg nodig heeft moet dat altijd zo snel mogelijk krijgen, vind de nieuwe minister van VWS Hugo de Jonge. Bestuurlijke of financiële vraagstukken mogen volgens hem nooit een reden zijn om een kind niet tijdig te behandelen. “Van alle gemeenten en zorgaanbieders verwacht ik dat zij die verantwoordelijkheid nemen en dat de jeugd-ggz ook haar eigen verantwoordelijkheid neemt in het oplossen van hun problemen.” De Jonge vindt dat er heldere informatie moet komen over wachttijden, ouders en het kind moet door de behandelaar bij de hand worden genomen bij het vinden van de juiste zorg en hulp moet aansluiten bij wat kinderen en hun ouders echt nodig hebben. Lees hier de volledige reactie van de minister.

    Tweede Kamerlid Nine Kooiman van de SP stelt Kamervragen aan de minister. “Kom met een oplossing voor al die kinderen en gezinnen die niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Het is schaamteloos te noemen dat al deze problemen kunnen blijven bestaan zonder dat het kabinet ingrijpt.”

    "Ik wil benadrukken dat dit gebrek aan aandacht ons bijzonder veel energie kost. Het doet ons ook verdriet. Als ouders laten wij ons kind niet van de radar verdwijnen. Maar dit kost een krankzinnige hoeveelheid energie. Dit is niet hoe jeugdzorg eruit zou moeten zien."

    Heb je als ouder ook te maken met jeugd-ggz? Mail je verhaal naar kassa@bnnvara.nl.