Iedere zaterdag om 19.05 uur op NPO 1

10 belastingtips die je voor 1 april nog moet regelen

10 belastingtips die je voor 1 april nog moet regelen

Vanaf 1 maart kan je weer je jaarlijkse belastingaangifte doen, maar waar moet je eigenlijk op letten? Samen met FiscAlert presenteren wij tien tips die je kan gebruiken bij je aangifte en je dan zeker weten geld opleveren.

1) Doe vooral aangifte
Wie geen aangifte doet loopt het risico een belastingteruggaaf mis te lopen of, bij een naheffing, belastingrente te moeten betalen. Een paar voorbeelden van situaties waarin aangifte doen een belastingvoordeel oplevert:

- Ouders die in 2015 een kind hadden dat jonger was dan twaalf jaar kunnen recht hebben op extra korting op de te betalen belasting. Het gaat daarbij om de 'inkomensafhankelijke combinatiekorting' voor de minstverdienende of alleenstaande werkende ouder van maximaal €2.152.

- Wie slechts een deel van het jaar heeft gewerkt (scholieren, studenten, herintreders, etc), kan recht hebben op een teruggaaf omdat de heffingskortingen nog niet volledig zijn verrekend bij de inhouding van loonbelasting.

- Werknemers met een inkomen tot circa €20.000 kunnen vaak nog geld terugkrijgen omdat de arbeidskorting nog niet volledig is verrekend bij de inhouding van loonbelasting.

- Als je in loondienst bent en een wisselend inkomen had, kan er te veel belasting zijn ingehouden. Dat geld krijg je alleen terug als je aangifte doet.

- 65-plussers met een laag inkomen en niet vergoede zorgkosten kunnen specifieke zorgkosten (ziektekosten) aftrekken en daardoor belasting terugkrijgen. Zelfs als je geen belasting hoeft (bij) te betalen omdat je inkomen laag is (bijvoorbeeld omdat je alleen maar AOW hebt), moet je wel aangifte doen! Op die manier kan je ziektekostenaftrek leiden tot extra teruggaaf op basis van de TSZ-regeling (de 'tegemoetkomingsregeling voor specifieke zorgkosten').

- Het verdelen van aftrekposten en vermogen tussen fiscaal partners kan geld opleveren. Verdelen doe je in de aangifte onder het kopje 'Verdelen'. Deel nooit klakkeloos alles toe aan de meestverdienende partner, maar check wat meer oplevert.

2) Doe aangifte vóór 1 april
Je hebt tot 1 mei de tijd, maar dien je aangifte bij voorkeur vóór 1 april in. Als je nog belasting moet bijbetalen, voorkom je daarmee namelijk dat je daarover ook belastingrente (4%) moet betalen. Krijg je juist geld terug? Aangezien de Belastingdienst sinds 2012 in principe geen rente meer betaalt, levert uitstel ook niets meer op. Bovendien krijg je, door vóór 1 april aangifte te doen, gegarandeerd vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst.

3) Kies het juiste aangifteprogramma
De aangifte-app is alleen bruikbaar als de Belastingdienst alle gegevens correct en volledig heeft ingevuld. De app is daardoor dan ook alleen geschikt voor eenvoudige aangiften. Wie echt niets wil missen kan beter online aangifte doen. Je kunt vooraf ingevulde gegevens dan wel corrigeren en aanvullen en bovendien profiteren van de mogelijkheid om fiscaal slim te schuiven met aftrekposten en vermogen.

Let op: downloaden van het aangifteprogramma is dit jaar voor het eerst niet meer mogelijk. Gelukkig is de online aangifte verbeterd, ook al is online aangifte doen voor veel mensen nog wel even wennen.

4) Controleer en vul aan
De vooraf ingevulde aangifte is een handige service, maar wat vooraf is ingevuld, blijkt niet altijd te kloppen. Bovendien is niet alles vooraf ingevuld. Controleer de vooraf ingevulde gegevens dus goed. Fouten moet je zelf herstellen en ontbrekende gegevens moet je zelf invullen. Vul de aangifte aan met aftrekposten zoals reiskosten woon-werkverkeer met het openbaar vervoer, een storting in al dan niet bancaire lijfrente, partneralimentatie, giften, ziektekosten, studiekosten, betaalde rente op een eigenwoninglening bij familie, enzovoorts.

5) Voorkom belastingheffing over eigen woning
Valt je inkomen in het 52%-tarief en zijn je eigenwoningkosten (hypotheekrente etc.) lager dan je eigenwoningforfait? Trek dan de eigenwoningkosten niet af. Op die manier heb je geen last van het feit dat het eigenwoningforfait met 52% belast is, maar de rente en kosten slechts tegen 51% aftrekbaar zijn. Vaak is het gunstig om een kleine resthypotheek geheel af te lossen. Of dat ook voor jou voordelig is, kun je berekenen met deze calculator. 

6) Geef niet teveel vermogen aan
Niet al je vermogen hoef je aan te geven onder 'Bankrekeningen en andere bezittingen'. Het kan zelfs gebeuren dat de vooraf ingevulde aangifte teveel vermogen vermeldt. De volgende items zijn geen vermogen dat ingevuld moet worden onder 'Bankrekeningen en andere bezittingen':
- geblokkeerd spaarloon
- het saldo van de levensloopregeling
- bij ondernemers: bankrekeningen (werkkapitaal) die op de balans van je onderneming staan
- cash, maar ook waardebonnen en reistegoed op ov-chipkaart en dergelijke, tot een bedrag van €517 per persoon
- het saldo van een en/of-rekening voor zover het geld niet van jou of jouw fiscaal partner is (bijvoorbeeld als je samen met een van jouw ouders een rekening hebt)
- de meeste kapitaalverzekeringen en bankspaarproducten Als de Belastingdienst ze per abuis wel heeft opgenomen, moet je ze uit de aangifte verwijderen 

7) Verlaag je vermogen met de kinderalimentatie
Per 2015 is de aftrekmogelijkheid 'kosten levensonderhoud voor kinderen jonger dan 21 jaar' geschrapt, maar de wetgever heeft iets over het hoofd gezien waardoor in 2015 (en in 2016!) de totale waarde van de nog te betalen kinderalimentatie als box 3-schuld kan worden opgevoerd door degene die deze alimentatie moet betalen. Vanaf 2017 zal deze ontsnappingsroute overigens definitief afgesloten zijn. De waarde van nog te ontvangen kinderalimentatie hoeft niet in box 3 te worden aangegeven.

8) AOW'ers bespaar €1.932 belasting!
AOW'ers met vermogen en een fiscaal partner moeten goed opletten of zij de ouderenkorting wel optimaal benutten. Zij lopen namelijk het risico dat zij anders veel teveel belasting betalen. AOW'ers hebben recht op een ouderenkorting van €1.042 of €152, afhankelijk van de hoogte van het eigen verzamelinkomen.

- Had je recht op AOW, een fiscaal partner, inkomen in box 3 (vermogen) en bedroeg je verzamelinkomen net iets meer dan €35.770? Het kan aantrekkelijk zijn om iets meer vermogen toe te delen aan je partner zodat jouw verzamelinkomen lager wordt dan €35.770. Je krijgt daardoor in plaats van €152 maar liefst €1.042 ouderenkorting! Je voordeel bedraagt €890.

- De ouderenkorting kan alleen benut worden met de belasting die betaald wordt over het eigen verzamelinkomen. Heeft een van beide fiscaal partners een laag verzamelinkomen, dan bestaat het risico dat de ouderenkorting niet wordt benut. Dit kan opgelost worden door meer vermogen toe te delen aan deze partner. Je voordeel bedraagt maximaal € 1.042. Het totaal te behalen voordeel kan daardoor oplopen tot wel €890 + €1.042 = €1.932 aangezien beide situaties zich kunnen voordoen in een gezamenlijke aangifte.

Je kunt in de online aangifte onder 'Overzicht belasting en premies > Inkomstenbelasting [naam]' zien hoe hoog je verzamelinkomen is. Als je vervolgens klikt op 'Heffingskortingen' (in de blauwe balk) kun je zien hoeveel ouderenkorting je gebruikt. Onder 'Verdelen' kun je schuiven met aftrekposten en vermogen.

9) Aftrekpost vergeten? Maak er werk van!
Heb je jouw aangifte al ingezonden en ontdek je nu pas — bijvoorbeeld door wat we hier schrijven — dat je een fout hebt gemaakt of een aftrekpost bent vergeten? Dat is geen ramp. Je kunt de aangifte over 2015 eenvoudig corrigeren door opnieuw aangifte te doen. In de online aangifte via Mijn Belastingdienst kan dat door opnieuw in te loggen en vervolgens te kiezen voor 'Inkomstenbelasting > 2015 > Ik wil: mijn aangifte wijzigen'. Wijzig in het aangifteprogramma de gegevens en verstuur de aangifte opnieuw. Je kunt zelfs vijf jaar terug. De aangifte over 2011, 2012, 2013 en 2014 kun je dus nog indienen of corrigeren door opnieuw aangifte te doen en dat niet alleen vanwege vergeten aftrekposten, maar bijvoorbeeld ook voor vergeten heffingskortingen. Zie echter wel de 'Let Op' hieronder.

Let op: de in de aangifte gekozen verdeling tussen fiscaal partners kun je alleen aanpassen zolang de bezwaartermijn van de aanslag van één van beide partners nog niet is verstreken.

10) Vergeet niet te middelen
Wie het ene belastingjaar veel verdient en het jaar erop weinig, betaalt — waarschijnlijk — te veel belasting. Gelukkig valt daar wat aan te doen en wel door het inkomen te verdelen over drie aaneengesloten jaren. Dat heet 'middeling'. De Belastingdienst wijst je hier niet op, maar de Belastingdienst maakt het ons belastingbetalers niet gemakkelijk: je moet zèlf actie ondernemen en een schriftelijk middelingsverzoek inclusief berekening indienen bij de Belastingdienst om in aanmerking te komen voor deze belastingteruggave. Er geldt een drempel van €545. Alleen wat boven die drempel ligt, krijg je terug. Middelen kan uiterlijk tot 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie te middelen jaren definitief is vastgesteld.

Bereken nu je middelingsteruggaaf over 2012-2014 met de 'middelingscalculator 2012-2014'. Heb je recht op een teruggave? Stuur de berekening samen met een brief naar de Belastingdienst (het kantoor waar jij onder valt, het adres vind je op de aanslagen). Een conceptbrief kan je hier downloaden.

Meer informatie en tips kan je vinden op FiscAlert.nl.